Ziekenhuizen

Alrijne Ziekenhuis - Bewust gebruik, Afbouwen en Monitoren van oxycodon

In Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is pijnconsulente Therese Fokkens in september 2019 gestart met de pilot B.A.M: Bewust gebruik, Afbouwen en Monitoren van oxycodon bij patiënten na een darmoperatie, die met ontslag naar de thuissituatie gaan.  

Doel van dit kwaliteitverbeterproject is de informatievoorziening voor en begeleiding van patiënten bij het gebruik van opioïden – waaronder oxycodon – te verbeteren. Zij worden actief begeleid bij het gebruik van pijnmedicatie direct postoperatief met behulp van een eigen pijnkaart.

Tijdens de opname

Tijdens de opname is er ook aandacht voor het toepassen van niet medicamenteuze interventies, zoals muziek, gebruik van een warme deken bij darmkrampen, en ademhalingstechnieken om te kunnen ontspannen. Deze interventies zijn makkelijk toe te passen en kunnen ertoe bijdragen dat er minder opioïden nodig zijn om de pijn onder controle te krijgen.

Met ontslag

Wanneer patiënten met oxycodon met ontslag gaan, krijgen zij informatie over het afbouwen in de thuissituatie. Deze informatie wordt gegeven in een ontslaggesprek en wordt ondersteund met een afbouwschema op maat, dat zij mee krijgen met ontslag. Daarnaast wordt dit afbouwschema, via het elektronische patiëntendossier en voorschrijfsysteem, ook verwerkt in een voorlopige ontslagbrief die binnen 24 uur verzonden wordt naar de huisarts. Doordat het afbouwschema op maat wordt aangeboden, wordt de hoeveelheid oxycodon ook op maat voorgeschreven en voorzien van een stopdatum. Hiermee wordt voorkomen dat patiënten met grote hoeveelheden oxycodon naar huis gaan, terwijl dit maar voor een korte periode nodig is. Daarnaast wordt het gebruik van de oxycodon bij deze patiënten in de thuissituatie ook gemonitord. De coloncare-verpleegkundigen bellen de patiënten drie dagen na ontslag op voor een telefonisch consult. Hierin stellen zij o.a. vragen over pijn en het gebruik van oxycodon door middel van het afbouwschema. Wanneer patiënten tien dagen na ontslag op de polikliniek komen, stelt de hoofdbehandelaar ook vragen over het gebruik van oxycodon en overige pijnmedicatie.

Kennis

Voorafgaand aan het starten van deze pilot was het belangrijk dat er een eenduidig beleid zou zijn in het geven van voorlichting en in het begeleiden van deze patiëntengroep. Naast het verbeteren van de voorlichting aan de patiënten – zowel mondeling als schriftelijk – ging Thérèse aan de slag met het vergroten van de kennis van artsen, afdelingsverpleegkundigen, coloncare-verpleegkundigen en medicatiemanagers (apothekersassistenten). Via klinische lessen maakte zij hen bewust van de voor- en nadelen van opioïden en het toepassen van de niet medicamenteuze interventies.

Resultaten en toekomst

Dit heeft er in de pilot al toe geleid dat er een afname zichtbaar is in het aantal mensen dat met een recept voor oxycodon met ontslag gaat. Vaak is de pijn al eerder onder controle en kan tijdens de opname al gestart worden met het afbouwen van de opioïden pijnstillers.

Op de vraag naar toekomstplannen antwoordt Thérèse: “Na de patiënten met een darmoperatie hoop ik het project verder uit te kunnen breiden naar andere afdelingen, waaronder neurochirurgie.  Ook vinden er binnenkort gesprekken plaats met huisartsen in de regio om de samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg op dit gebied te kunnen versterken”.

Door op deze wijze de zorg rondom een postoperatieve patiënt te organiseren, willen wij in Alrijne Ziekenhuis het risico op langdurig en onbegeleid gebruik van oxycodon in de thuissituatie voorkomen.

 

UMC Utrecht - Postoperatieve pijnpoli

Veel patiënten ervaren pijn na een operatie. Op de eerste postoperatieve dag heeft 30 tot 43% van de patiënten matige of ernstige pijn. Dit is pijn waarvoor vaak opioïden worden voorgeschreven. Patiënten blijven steeds korter opgenomen in het ziekenhuis en krijgen daarom vaker opioïden mee naar huis. Voor een adequate pijnbehandeling en het voorkomen van ongewenste situaties (zoals verslaving), is het van belang dat deze medicatie verantwoord wordt gebruikt. In de Verenigde Staten maar ook in Europa zien we een sterke toename in het gebruik van opioïden. Een eerdere studie heeft aangetoond dat wanneer patiënten langer dan een week opioïden gebruiken, zij 44% meer kans hebben na één jaar nog steeds opioïden te gebruiken. Het is voor de patiënt maar ook voor de huisarts of medisch specialist niet altijd duidelijk hoe en wanneer deze medicatie afgebouwd en gestopt zou moeten worden. Dit tekort aan kennis en/of ervaring speelt een belangrijke rol bij langdurig opioïd gebruik. Veel patienten die geopereerd zijn ontwikkelen chronische pijn (19-85%, afhankelijk van het type ingreep). Bij een aanzienlijk deel van deze patiënten is er sprake van neuropathische pijn. Deze pijn zou niet behandeld moeten worden met opioïden maar met anti-neuropathica. Bij deze aanhoudende pijn kunnen opioïden dus vaak wel worden afgebouwd en vervangen door een passend alternatief met minder tot geen verslavingsrisico.

De begeleiding van patiënten bij het gebruik van opioïden na ontslag uit het ziekenhuis is momenteel nog onvoldoende en niet gestructureerd. Om deze redenen heeft het UMC Utrecht recent een Postoperatieve pijnpoli (POP poli) opgericht. Op deze polikliniek worden patiënten na hun operatie begeleid bij het afbouwen van opioïden en gescreend op neuropathische pijn. Zonodig wordt gestart met anti-neuropathica. Als patiënten na drie maanden nog begeleiding nodig hebben, worden ze via de POP-poli doorverwezen naar onze chronische pijnpoli. Door middel van wetenschappelijk onderzoek willen we het effect aantonen van deze begeleiding op het opioïd gebruik na 3 maanden na een operatie.