Gebruik

Voorlopige cijfers laten een daling van 4,5 en 6,8% zien van het aantal gebruikers van opioïden in de eerste twee kwartalen van 2019 ten opzichte van dezelfde periode in 2018 (SFK-cijfers, nog niet gepubliceerd). In 2018 was er een stabilisering van het aantal gebruikers ten opzichte van het jaar ervoor (SFK, 2019). 

 

Toename tot en met 2017
Tot en met 2017 is het voorschrijven van opioïden in Nederland fors toegenomen. In 2017 ontvingen 1.010.474 mensen een of meer recepten voor een opioïde pijnstiller. Hierin zijn ook gebruikers van het zwak werkende opioïd tramadol meegerekend. In 2010 waren er 650.864 gebruikers. Vooral het gebruik van oxycodon is fors gestegen. In 2017 ontvingen ruim vier keer zoveel mensen een recept voor oxycodon als in 2010 (Schepens, 2019). In 2018 waren er 1.028.000 gebruikers van opioïden, inclusief het zwak werkende opioïd tramadol (Gipdatabank).


De meest voorgeschreven sterkwerkende opioïden zijn 

  • oxycodon met 454.500 gebruikers in 2018
  • fentanyl met 104.560 gebruikers in 2017
  • morfine met 90.491 gebruikers in 2017
  • buprenorfine met 38.789 gebruikers in 2017 (Gipdatabank).

 

Wie gebruiken opioïden?
Oudere patiënten krijgen vaker een recept voor opioïden dan jongeren. Zo kreeg 18,8 % van de mensen ouder dan 85 jaar in 2017 een opioïd voorgeschreven. Bij mensen tussen 18 en 55 jaar was dit 4,7%. Van de mensen met een of meer recepten voor opioïden was 60% vrouw (Schepens, 2019).  


Patiënten met rugpijn, pijn in nek of schouder, kanker, artrose, reumatoïde artritis of fibromyalgie ontvangen vaker recepten voor opioïden dan mensen zonder deze aandoeningen. Ook mensen met gevoelens van depressie of eenzaamheid krijgen vaker opioïden voorgeschreven (Bedene, 2019).

 

Wie schrijven opioïden voor?
In 2017 schreven huisartsen 82% van het totaal aantal DDD (standaarddagdoseringen) van opioïden inclusief tramadol voor. Hierbij zijn ook herhaalrecepten meegeteld (Schepens, 2019).   

In 2014 was 56% van de eerste voorschriften voor een sterk en langwerkend opioïd afkomstig van de huisarts. Van de eerste voorschriften voor een sterk en kortwerkend opioïd was 44% afkomstig van de huisarts (IVM, 2015).

 

Redenen van gebruik
In 2015 schreven huisartsen opioïden vooral voor vanwege klachten van het bewegingsapparaat en dan met name vanwege rugklachten. Bij 46,3 % van de gebruikers van sterkwerkende opioïden gaven huisartsen deze indicatie aan. Bij een kwart van de gebruikers van sterkwerkende opioïden was er sprake van een vorm van kanker (Weesie, 2016).

 

Duur van gebruik
De beschikbare bronnen hanteren verschillende definities voor chronisch of langdurig gebruik. 
Van alle gebruikers van opioïden (inclusief tramadol) in 2017 gebruikte 21,6% langer dan 3 maanden een opioïd. De verhouding tussen kort- en langerdurend gebruik is tussen 2010 en 2017 nauwelijks veranderd (Schepens, 2019).


In de huisartsenpraktijk ligt het percentage mensen dat langer dan 3 maanden per jaar een opioïd gebruikt wat hoger, namelijk op 29% in 2015. Bijna de helft van de gebruikers van opioïden in de huisartsenpraktijk ontving slechts één recept. Dit percentage verschilt wel tussen de verschillende stoffen: oxycodon en morfine worden in 52,7 en 66,6% van de gevallen eenmalig voorgeschreven. Fentanyl en buprenorfine worden bij twee derde van de patiënten herhaald (Weesie, 2016).  Dit kan een afspiegeling zijn van de indicaties waarvoor de middelen zijn voorgeschreven. Mogelijk zijn deze cijfers inmiddels veranderd. 


Patiënten met rugpijn, pijn in nek of schouder, kanker, artrose, reumatoïde artritis of fibromyalgie ontvangen vaker meerdere recepten voor opioïden dan mensen zonder deze aandoeningen. Ook mensen met gevoelens van depressie of eenzaamheid krijgen vaker voor een langere tijd opioïden voorgeschreven (Bedene, 2019).