Onderzoek eerste lijn

Meer kritisch

Van de respondenten zien huisartsen en openbaar apothekers duidelijk een meerwaarde van opioïde pijnstillers bij de behandeling van maligne pijn (pijn door kanker) en pijn in de palliatieve fase (laatste levensfase). Bij andere vormen van pijn zien zij weinig effect, maar (zeer) veel nadelen, zoals kans op verslaving en andere gevolgen van langdurig gebruik. Huisartsen schrijven daarom minder vaak en minder lang opioïden voor bij niet-maligne pijn dan voorheen. Deze kritische houding is ontstaan na het lezen van artikelen in vakliteratuur, bespreking in lokale overlegstructuren (zoals het FTO) en scholing. Maar ook eigen ervaringen en ervaringen van patiënten speelden bij veel respondenten een rol.

 

Acties

Veel respondenten hebben de afgelopen jaren de voorlichting aan beginnende en chronisch gebruikers van opioïden verbeterd. Andere veel genoemde acties zijn het kritischer kijken naar aanvragen voor herhaalrecepten. Twee op de drie deelnemende huisartsen heeft inmiddels patiënten begeleiding bij het afbouwen geboden. Weinig respondenten hebben afspraken gemaakt met ziekenhuizen over het voorschrijven van opioïden. Bijvoorbeeld over het beleid na een operatie. Zij kunnen daarvoor gebruik maken van best practices die vermeld staan op de website www.opiaten.nl. Het onderzoeksverslag vermeldt ook tips die de respondenten gaven aan collega's.

 

Dit onderzoek vond plaats in samenwerking met de landelijke Taakgroep Gepast gebruik van opioïden. Deze taakgroep is in 2019 ingesteld, naar aanleiding van de sterke groei van het gebruik van opioïde pijnstillers tussen 2003 en 2017. De taakgroep neemt de resultaten mee in haar activiteiten in 2022.

 

U kunt het rapport Houding van huisartsen en openbaar apothekers t.o.v. opioïden in 2021 downloaden via de website van het IVM.